Jacquet2018-06-27T14:24:41+00:00

Jacquet

Morning coat (GB), Cut away, Jacquette (Fr), Cutaway (Du), Chaqué (Sp)

Een jacquet draag je  overdag  bij een huwelijksvoltrekking (inclusief Bruidspersoneel), als gast bij een promotie, een officieel bezoek zoals audiëntie bij de paus of de koningin bij overhandiging geloofsbrieven, bij de opening van parlementaire jaar van de Staten Generaal, bij de Paardenraces (bijvoorbeeld Ascott) en natuurlijk als butler overdag. Het is de meeste formele dresscode voor overdag.

Sinds het midden van de vorige eeuw wordt met jacquet een zwarte of grijze herenjas bedoeld. Vroeger droeg men pandjesjassen. Deze zijn langzamerhand vereenvoudigd tot het huidige jacquet. Kenmerkend zijn de afgeronde voorpanden die naar achteren toe lang uitlopen. De voorkant wordt met één knoop gesloten en heeft opgesneden revers.  Traditioneel hoort er een zwartgrijs gestreepte broek bij. Hoe grijzer de broek hoe Katholieker de drager en dus hoe donkerder hoe zwaarder in de leer. In de winter mag de stof iets wollig zijn, in de zomer hebben gladde wollen stoffen de voorkeur. Veelal draagt men een grijs vest, een wit overhemd met een liggend boord, een grijze das en eventueel grijze handschoenen en een hoge cilinder. Bij trieste omstandigheden mag ook een effen zwarte broek, das en vest. De hoed is van zijde of vilt en grijs bij huwelijken en zwart bij andere gelegenheden en wordt veelal in de hand gedragen.

De Engelsen spreken van moorning coat of cut a way, omdat de nobele gentlemen zich vroeger op deze manier kleedden tijdens het paardrijden. Zij dragen overdag ook vesten in een gele, camelachtige kleur die men buff noemt. Vooral bij jonge lieden kan een zandkleurige, vaak met een dubbele rij knopen en een rever, vest mooi zijn. Voor middagfeesten is een piqué wit vest ook mogelijk. Op Ascott en bij minder formele huwelijken zie je ook wel grijze jacquets gemaakt uit een en dezelfde stof. Ook de vader van de bruid kan een grijs jacquet dragen. Vooral een zilvergrijze visgraat is erg mooi. Een jacquet wordt nooit na zonsondergang gedragen.

Buff vest

Alternatief rood vest

Geschiedenis en gebruik

Tot de industrie revolutie was het heel normaal dat ook een heer zich minimaal drie keer per dag omkleedde. Dit gebruik neemt pas af ten tijde van de recessie in de jaren ’30 van de vorige eeuw. Voor het ontbijt, de jacht, de thee, het diner, het roken en voor het afzakkertje. Bij het ontbijt en voor de zonsondergang droeg men een jacquet. Dit is vooral gebruik in de tijd van 1810-1895. Het woord jacquet is afgeleid van het Franse jacquette (jasje), het verkleinwoord van jacque, dat op zijn beurt weer is afgeleid van de persoonsnaam Jacques. Deze naam werd in de middeleeuwen gebruikt als aanduiding voor boeren. In de 16e eeuw werden lakeien ook Jacques genoemd. Een jacquet is dus een lakeienjas.

Een plastron is een beschermende leren borstlap of een brede stropdas, dus fout en wordt niet onder het ideale jacquet gedragen. Het jacquet is overigens het enige kledingstuk waarbij men slobkousen kan dragen, als u die niet wilt dragen kiest u voor gladde wollen kousen in de enig juiste kleur: zwart. De schoenen zijn dat immers ook. De voorkeur heeft kalfsleer en een gladde schoen; alleen Amerikanen kiezen voor schoenen met kwastjes.

De benodigde accessoires

Andere kledingvoorschriften

White Tie

Black Tie

Jacquet

Donker pak