Nadat de maten zijn geverifieerd en het patroon kan worden getekend is ondertussen de stof nogmaals gecontroleerd op mogelijke weeffouten. Het tekenen van een patroon gaat tegenwoordig vaak met behulp van een Cad-Cam systeem. Het patroon wordt geplot en vervolgens op de stof gelegd. In andere gevallen wordt het patroon eerst nagetekend op de stof.

Alle losse onderdelen worden genummerd en gegroepeerd. De delen voor kraag en manchet worden verstevigd met een vlieseline. Dat gebeurt vaak maar aan een kant, zodat de kraag makkelijk omgevouwen kan worden en het beeld strak wordt. Het naaien van alle panden gebeurt in ongeveer veertig stappen. Het inzetten van de mouw gebeurt bij voorkeur met de hand voor meer souplesse. De aanzet van de mouw, kraag en schouder kan ook met de hand, maar biedt slechts een esthetisch voordeel.

Tussendoor worden de maten steeds gecontroleerd en alle losse draadjes verwijderd. De knopen worden tegenwoordig met een machine aangezet en met een tweede machine geseald. Hierdoor is het bijna onmogelijk dat de drager met afvallende knopen te maken krijgt. Als laatste krijgt het hemd zijn labels en eventueel een monogram. Daarna wordt het geperst en ingepakt.