Het vest is afgeleid van een Perzisch kledingstuk, maar werd in Engeland geperfectioneerd. Het vest is een geminimaliseerde wambuis, waarbij de mouwen en de revers verdwenen zijn. Michiel de Ruyter draagt in 1667 al (Oosterse) vesten als hij de Royal Charles buit maakt. De Engelsen dragen donkerder vesten, wellicht alleen om de eigen economie te beschermen, terwijl het Franse hof vooral Oosters geïnspireerde dessins draagt. In de zeventiende eeuw was Koning Charles II de excentrieke en uitbundige mode beu, en begon de voorkeur te geven aan meer sobere kleding. Versiersels verdwenen, en de broek werd slanker. Om het ondergoed te verbergen, kwam het vest aanvankelijk tot aan de dijen. In de tweede helft van de twintigste eeuw is het vest langzaam uit het dagelijkse beeld verdwenen. Dit dan vooral bij de lounge suits of business pakken, onder een jacquet is hij onontbeerlijk.

Tot 1930 was het heel normaal dat ook een heer zich minimaal drie keer per dag omkleedde. Voor het ontbijt, de jacht, de thee, het diner, het roken en voor het afzakkertje. Bij het ontbijt en voor de zonsondergang droeg men eenjacquet. Dit is vooral gebruik in de tijd van 1810-1895. Het woord jacquet is afgeleid van het Franse jacquette (jasje), het verkleinwoord van jacque, dat op zijn beurt weer is afgeleid van de persoonsnaam Jacques. Deze naam werd in de middeleeuwen gebruikt als aanduiding voor boeren. In de 16e eeuw werden lakeien ook Jacques genoemd. Een jacquet is dus een lakeienjas.

Sinds het midden van de vorige eeuw wordt met jacquet een zwarte of grijze herenjas bedoeld. Vroeger droeg men pandjesjassen. Deze zijn langzamerhand vereenvoudigd tot het huidige jacquet. Kenmerkend zijn de afgeronde voorpanden die naar achteren toe lang uitlopen. De voorkant wordt met één knoop gesloten en heeft opgesneden revers. Vroeger en tegenwoordig bij oudere heren is bij formele gelegenheden een satijnen rever de correcte uitvoering. Veelal blijft deze echter achterwege. Traditioneel hoort er een zwartgrijs gestreepte broek bij. Hoe grijzer de broek hoe Katholieker de drager en dus hoe donkerder hoe zwaarder in de leer. Inde winter mag de stof iets wollig zijn, in de zomer hebben gladde wollen stoffen de voorkeur. Veelal draagt men een grijs vest, een wit overhemd met een liggend boord, een grijze das en eventueel grijze handschoenen en een hoge cilinder. Bij trieste omstandigheden mag ook een effen zwarte broek, das en vest. De hoed is van zijde of vilt en grijs bij huwelijken en zwart bij andere gelegenheden en wordt veelal in de hand gedragen..

Een plastron is een beschermende leren borstlap of een brede stropdas, dus fout en wordt dus niet onder het idealejacquet gedragen. Het jacquet is overigens het enige kledingstuk waarbij men slobkousen kan dragen, als u die niet wilt dragen kiest u voor gladde wollen kousen in de enig juiste kleur: zwart. De schoenen zijn dat immers ook. De voorkeur heeft klafsleer en een gladde schoen; alleen Aerikanen kiezen voor schoenen met kwastjes.

De Engelsen spreken van morning coat, omdat de nobele gentlemen zich vroeger op deze manier kleedden tijdens het paardrijden. Zij dragen overdag ook vesten in een gele, camelachtige kleur die men buff noemt. Vooral bij jonge lieden kan deze zandkleurige, en vaak dubbele rij, vest mooi zijn. Voor middagfeesten is een piqué wit vest ook mogelijk. Op Ascott en bij minder formele huwelijken zie je ook wel grijze jassen van het jacquet. Ook de vader van de bruid kan een grijs jacquet dragen. Vooral een zilvergrijze visgraat is erg mooi. Een jacquet wordt nooit na zonsondergang gedragen.

Dresscode: Jacquet

Jacquet, Morning coat (GB), Jacquette (Fr), Cutaway (Du), Chaqué (Sp)

Wanneer

  • (Bruidspersoneel) huwelijk
  • Officieel bezoek zoals audiëntie bij de paus of de koningin bij overhandiging geloofsbrieven
  • Officieel ontvangst
  • Opening Staten Generaal
  • Paardenraces (Ascott)
  • As pall-bearer
  • Als butler overdag
Maak nu een afspraak

Het woord jacquet is afgeleid van het Franse jacquette (jasje), het verkleinwoord van jacque, dat op zijn beurt weer is afgeleid van de persoonsnaam Jacques. Deze naam werd in de middeleeuwen gebruikt als aanduiding voor boeren. In de 16e eeuw werden lakeien ook Jacques genoemd. Een jacquet is dus een lakeienjas.

Het vest komt enkele centimeters boven het dichtgeknoopte jasje uit. De diepte van uitsnijden is derhalve afhankelijk van het aantal knopen op uw jasje. Een wintervest heeft veela een stoffenrug, een zomervest een voeringrug. Dit laatste dan bij voorkeur van Bemberg voering omdat deze beter ademt. De onderste knoop van een vest kan open sinds de avond dat de Britse koning Edward VII na een uitgebreid diner uit zijn vest knapte en daarom de knoop openliet. Zijn hofhouding volgde onmiddellijk het voorbeeld om de heer VII niet in verlegenheid te brengen. Dit is waarschijnlijk een fabeltje: Royalty hoeft nooit op kleding te bezuinigen..

Wat wel:
  • Gestreepte broek bij heugelijke gelegenheden, zwart bij begrafenis
  • Grijs, buff, zwart of fantasie vest )als u echt gek wilt doen’
  • Zwarte pandjes jas
  • Wit hemd met neerslaande boord met daaronder een grijze das
  • Pochet
  • Zwarte kousen en schoenen
Wat niet:
  • Glanzende stoffen
  • Plastron